Categorie: Les 03 De tijd
-
Welke dag is het? Dictee ♪
Welke dag is het? Dictee ♪
- Luister
- Praat
- Schrijf
- Lees

Wat zegt de docent?
Vandaag is het donderdag.
Wat zegt de docent?
Morgen is het vrijdag.
Wat zegt de docent?
Gisteren was het woensdag.
Wat zegt de docent?
Overmorgen is het zaterdag.
Wat zegt de docent?
Eergisteren was het dinsdag.
Wat zegt de docent?
Wij hebben een afspraak op zondag en op maandag.
-
Datum en tijd schrijven ♪
Datum en tijd schrijven ♪
- Luister eerst naar de docent.
- Schrijf op wat hij zegt.
- Kijk naar de dia’s.
-
De afspraak en de klok
-
Welk seizoen is het?
Welk seizoen is het?
-
De seizoenen – dictee ♪
De seizoenen – dictee ♪
- Luister
- Praat
- Schrijf
- Lees

Wat zegt de docent?
De dag is lang, de nacht is kort.
Wat zegt de docent?
Het waait en het regent.
Wat zegt de docent?
De bomen worden bruin en geel.
Wat zegt de docent?
In de zomer gaan we naar het strand.
Wat zegt de docent?
Het is koud in de winter.
Wat zegt de docent?
De nacht is lang, de dag is kort.
-
De datum, de seizoenen en de dagdelen
-
Scrabble 1
Scrabble 1
-
Het werkwoord en het onderwerp










































