Nederlandse les
Overzicht les 3
Een etmaal heeft vier dagdelen.
Het is morgen, de dag begint.
Het is middag, de mensen werken.
Het is avond, wij gaan eten.
Het is nacht, de mensen slapen.
En morgen begint een nieuwe dag.
Each word is explained on a separate line / elk woord wordt op een aparte regel uitgelegd.
E.g. “aanrecht (het) [noun]: kitchen counter”
The Dutch word is “aanrecht”. The English translation is “kitchen counter”
Between [ ] brackets is the word type / tussen [ ] staat het woordtype:
Most nouns have a definite article / de meeste zelfstandige naamwoorden hebben een bepaald lidwoord.
In Dutch it can be “de” or “het” / in het Nederlands kan dat “de” of “het” zijn.
aanrecht (het) [noun]: kitchen counter
The word is aanrecht. It is a noun. The article is het (het aanrecht). In English it is the kitchen counter.