De afspraak – dictee ♪
- Luister: luister eerst goed wat de docent zegt. Begrijp je wat de docent zegt?
- Praat: herhaal wat de docent zegt. Luister nog een keer.
- Schrijf: schrijf op wat de docent zegt.
- Lees: kijk of je het goed hebt geschreven.

Wat zegt de docent?
In een kalender staan datums.
Wat zegt de docent?
In een agenda staan afspraken
Wat zegt de docent?
Dit is jouw agenda.
Wat zegt de docent?
Met wie heb jij een afspraak?
Wat zegt de docent?
Hoe laat hebben wij een afspraak?
Wat zegt de docent?
Ik heb om twee (2) uur een afspraak met Tom.
