Te laat – dictee ♪
- Luister
- Praat
- Schrijf
- Lees

Wat zegt de docent?
Hij heeft een afspraak met Sara.
Wat zegt de docent?
Zij is een uur te laat.
Wat zegt de docent?
U bent een half uur te vroeg.
Wat zegt de docent?
Jullie zijn tien minuten te laat.
Wat zegt de docent?
Ik ben precies op tijd.
Wat zegt de docent?
Waarom schrikt Tom? Hij is te laat.
