Groenten en fruit – dictee ♪
Wat zegt de docent?
aardappels en aardbeien
Wat zegt de docent?
ananas en bananen
Wat zegt de docent?
bloemkool en druiven
Wat zegt de docent?
meloen en peren
Wat zegt de docent?
rode bieten en sinaasappels
aardappels en aardbeien
ananas en bananen
bloemkool en druiven
meloen en peren
rode bieten en sinaasappels
De kip is bruin, het is een bruine kip.
Het schaap is wit, het is een wit schaap.
Het kuiken is geel, hier loopt een geel kuiken.
De koe is zwart, daar staat een zwarte koe.
De varkens zijn dik, daar liggen dikke varkens.
Ik heb de aardappel geschild.
Wij hebben de aardappels gekookt.
De kinderen hebben de tafel gedekt.
Zij heeft de salade gemaakt.
Hij heeft de vis gebraden.
De vis moet 6 minuten braden.
Hij doet een beetje zout en peper op de vis.
Zij pakt sla, tomaten en komkommer.
Zij snijdt dit klein en doet het in een slakom.
Zij doet er tuinkruiden, olie en azijn bij.