Lidwoorden – dictee ♪
Wat zegt de docent?
De kip is bruin, het is een bruine kip.
Wat zegt de docent?
Het schaap is wit, het is een wit schaap.
Wat zegt de docent?
Het kuiken is geel, hier loopt een geel kuiken.
Wat zegt de docent?
De koe is zwart, daar staat een zwarte koe.
Wat zegt de docent?
De varkens zijn dik, daar liggen dikke varkens.
