Nederlandse les
Overzicht les 8
Luister en lees met de docent mee. Kijk naar de plaatjes. Begrijp je het?
Hoe vind je deze pagina?
Klik op een ster om deze te beoordelen!
Waardering verzenden
Gemiddelde waardering 5 / 5. Stemtelling: 1
Tot nu toe geen stemmen! Wees de eerste die deze pagina waardeert.
Each word is explained on a separate line / elk woord wordt op een aparte regel uitgelegd.
E.g. “aanrecht (het) [noun]: kitchen counter”
The Dutch word is “aanrecht”. The English translation is “kitchen counter”
Between [ ] brackets is the word type / tussen [ ] staat het woordtype:
Most nouns have a definite article / de meeste zelfstandige naamwoorden hebben een bepaald lidwoord.
In Dutch it can be “de” or “het” / in het Nederlands kan dat “de” of “het” zijn.
aanrecht (het) [noun]: kitchen counter
The word is aanrecht. It is a noun. The article is het (het aanrecht). In English it is the kitchen counter.