Zoek de verschillen – dictee ♪
- Luister
- Praat
- Schrijf
- Lees

Wat zegt de docent?
Hij heeft een bruin pak en een geel overhemd.
Wat zegt de docent?
Deze oma heeft paarse kleren en een bruine tas.
Wat zegt de docent?
Zij heeft kort haar en een groene jas.
Wat zegt de docent?
Hij heeft een jasje aan, en een zonnebril op.
Wat zegt de docent?
Zijn jasje is dicht en zijn schoenen zijn bruin.
Wat zegt de docent?
Hij heeft groene kleren, en geen baard en geen snor.
