Nieuwe schoenen – dictee ♪
- Luister: luister eerst goed wat de docent zegt. Begrijp je wat de docent zegt?
- Praat: herhaal wat de docent zegt. Luister nog een keer.
- Schrijf: schrijf op wat de docent zegt.
- Lees: kijk of je het goed hebt geschreven.

Wat zegt de docent?
Zij wil een nieuwe jurk kopen.
Wat zegt de docent?
Heeft de winkel een jurk in haar maat?
Wat zegt de docent?
De schoenen van David zijn kapot.
Wat zegt de docent?
De schoen past niet, want hij is te groot.
Wat zegt de docent?
Hij zoekt witte sportschoenen.
Wat zegt de docent?
De rode jurk is heel mooi.
