Tot 5 tellen – dictee
Wat zegt de docent?
Dit is een vrouw.
Wat zegt de docent?
Dit zijn twee mannen.
Wat zegt de docent?
Dit zijn drie meisjes.
Wat zegt de docent?
Dit zijn vier jongens.
Wat zegt de docent?
Dit zijn vijf vrouwen.
Wat zegt de docent?
Zij is een kind.
