1.1 Dictee – Wie ben ik?
- Luister
- Praat
- Schrijf
- Lees
Wat zegt de docent?
Hoe heet jij?
Wat zegt de docent?
Ik ben 25 jaar.
Wat zegt de docent?
Kom jij uit Nederland?
Wat zegt de docent?
Nee, ik kom uit Spanje.
Wat zegt de docent?
Ben jij een man?
Wat zegt de docent?
Nee, ik ben een vrouw.


