Categorie: Les 04 Het lichaam
-
Van mij
Van mij
-
Van jou
Van jou
-
Van u
Van u
-
Mijn
Mijn
-
Jouw
Jouw
-
Van mij – dictee ♪
Van mij – dictee ♪
- Luister
- Praat
- Schrijf
- Lees

Wat zegt de docent?
De duim is van mij.
Wat zegt de docent?
De neus is van jou.
Wat zegt de docent?
De ogen zijn van u.
Wat zegt de docent?
Het zijn mijn voeten.
Wat zegt de docent?
Het zijn jouw oren.
Wat zegt de docent?
Het is uw gezicht.
-
Mijn, jouw, uw – oefenen
Mijn, jouw, uw – oefenen
-
Van hem en van haar
Van hem en van haar
