Categorie: Audio
Alle dia’s met audio
-
De afspraak – dictee ♪
De afspraak – dictee ♪
- Luister: luister eerst goed wat de docent zegt. Begrijp je wat de docent zegt?
- Praat: herhaal wat de docent zegt. Luister nog een keer.
- Schrijf: schrijf op wat de docent zegt.
- Lees: kijk of je het goed hebt geschreven.

Wat zegt de docent?
In een kalender staan datums.
Wat zegt de docent?
In een agenda staan afspraken
Wat zegt de docent?
Dit is jouw agenda.
Wat zegt de docent?
Met wie heb jij een afspraak?
Wat zegt de docent?
Hoe laat hebben wij een afspraak?
Wat zegt de docent?
Ik heb om twee (2) uur een afspraak met Tom.
-
Wie ben ik – dictee ♪
Wie ben ik – dictee ♪
- Luister: luister eerst goed wat de docent zegt. Begrijp je wat de docent zegt?
- Praat: herhaal wat de docent zegt. Luister nog een keer.
- Schrijf: schrijf op wat de docent zegt.
- Lees: kijk of je het goed hebt geschreven.

Wat zegt de docent?
Hoe heet jij?
Wat zegt de docent?
Ik heet Daan.
Wat zegt de docent?
Kom jij uit Nederland?
Wat zegt de docent?
Nee, ik kom uit Spanje.
Wat zegt de docent?
Ben jij een man?
Wat zegt de docent?
Nee, ik ben een vrouw.
-
Boodschappen – dictee ♪
Boodschappen – dictee ♪
- Luister: luister eerst goed wat de docent zegt. Begrijp je wat de docent zegt?
- Praat: herhaal wat de docent zegt. Luister nog een keer.
- Schrijf: schrijf op wat de docent zegt.
- Lees: kijk of je het goed hebt geschreven.

Wat zegt de docent?
Ik ga boodschappen doen.
Wat zegt de docent?
Ik ga naar de supermarkt.
Wat zegt de docent?
Het vlees is goedkoop.
Wat zegt de docent?
De boodschappen kosten €15.
Wat zegt de docent?
Ik steek mijn bankpasje in de betaalautomaat.
-
Samen koken – dictee ♪
Samen koken – dictee ♪
- Luister: luister eerst goed wat de docent zegt. Begrijp je wat de docent zegt?
- Praat: herhaal wat de docent zegt. Luister nog een keer.
- Schrijf: schrijf op wat de docent zegt.
- Lees: kijk of je het goed hebt geschreven.

Wat zegt de docent?
Mustafa en Sara zijn in de keuken.
Wat zegt de docent?
Zij koken samen het eten.
Wat zegt de docent?
Zij eten aardappels met vis en salade.
Wat zegt de docent?
Zij maakt de salade en hij dekt de tafel.
Wat zegt de docent?
Zij doet water en zout in de pan.
-
Het gezin – dictee ♪
Het gezin – dictee ♪
- Luister: luister eerst goed wat de docent zegt. Begrijp je wat de docent zegt?
- Praat: herhaal wat de docent zegt. Luister nog een keer.
- Schrijf: schrijf op wat de docent zegt.
- Lees: kijk of je het goed hebt geschreven.

Wat zegt de docent?
Simon is de vader van Jasmijn.
Wat zegt de docent?
Mia is de moeder van Jesse.
Wat zegt de docent?
Mia en Simon zijn met elkaar getrouwd.
Wat zegt de docent?
Jasmijn en Jesse zijn broer en zus van elkaar.
Wat zegt de docent?
Simon en Mia zijn de ouders van Jasmijn en Jesse.

