Nederlandse les

Nederlandse les

  • Wij leren Nederlands
    • Les 1 Kennis maken
    • Les 2 Het huis
    • Les 3 De tijd
    • Les 4 Het lichaam
    • Les 5 In de winkel
    • Les 6 Eten en drinken
    • Les 7 De kleding
    • Les 8 De familie
    • Les 9 Het vervoer
    • Les 10 De vrije tijd

Oma en opa – Mia

Overzicht les 8

Preloader Image
D08.07.01-oma-en-opa-–-mia
D08.07.02-oma-en-opa-–-mia
D08.07.03-oma-en-opa-–-mia
D08.07.04-oma-en-opa-–-mia
D08.07.05-oma-en-opa-–-mia
D08.07.06-oma-en-opa-–-mia
D08.07.07-oma-en-opa-–-mia
D08.07.08-oma-en-opa-–-mia
D08.07.09-oma-en-opa-–-mia
D08.07.10-oma-en-opa-–-mia
D08.07.11-oma-en-opa-–-mia
D08.07.12-oma-en-opa-–-mia
D08.07.13-oma-en-opa-–-mia
D08.07.14-oma-en-opa-–-mia
D08.07.15-oma-en-opa-–-mia
D08.07.16-oma-en-opa-–-mia
D08.07.17-oma-en-opa-–-mia
D08.07.18-oma-en-opa-–-mia
D08.07.19-oma-en-opa-–-mia
D08.07.20-oma-en-opa-–-mia
D08.07.21-oma-en-opa-–-mia
D08.07.22-oma-en-opa-–-mia

Meer lessen

  • De familie – woorden ♪
  • Het gezin ♪
  • De relaties in het gezin
  • Het gezin – dictee ♪
  • Familie
  • Oma en opa – Simon
  • Oma en opa – Mia
  • Oma en opa – dictee ♪
15 november 2025

Woordenlijst – legenda

Each word is explained on a separate line / elk woord wordt op een aparte regel uitgelegd.

E.g. “aanrecht (het) [noun]: kitchen counter”

The Dutch word is “aanrecht”. The English translation is “kitchen counter”

Between [ ] brackets is the word type / tussen [ ] staat het woordtype:

  1. adj = adjective / bijvoeglijk naamwoord
  2. adv = adverb / bijwoord
  3. art = article / lidwoord
  4. name / naam
  5. ppro = personal pronoun / persoonlijk voornaamwoord
  6. num = numeral / telwoord
  7. exp = expression / uitdrukking
  8. con = conjunction / voegwoord
  9. pro = pronoun / voornaamwoord
  10. pre = preposition / voorzetsel
  11. verb / werkwoord
  12. noun / zelfstandig naamwoord

Most nouns have a definite article / de meeste zelfstandige naamwoorden hebben een bepaald lidwoord.

In Dutch it can be “de” or “het” / in het Nederlands kan dat “de” of “het” zijn.

aanrecht (het) [noun]: kitchen counter

The word is aanrecht. It is a noun. The article is het (het aanrecht). In English it is the kitchen counter.

×