De kleuren van mijn kleren – dictee ♪
- Luister
- Praat
- Schrijf
- Lees

Wat zegt de docent?
Ik draag een blauwe broek en een paars overhemd.
Wat zegt de docent?
Jij draagt een witte trui en een bruine jas.
Wat zegt de docent?
U draagt vandaag een roze hemd en een rode rok.
Wat zegt de docent?
Zij draagt een grijs vest en een gele jurk.
Wat zegt de docent?
Jullie dragen geen gele trui, jullie dragen een roze trui.
Wat zegt de docent?
Wij dragen een groene jurk en een blauwe jas.
