Nederlandse les

Nederlandse les

  • Wij leren Nederlands
    • Les 1 Kennis maken
    • Les 2 Het huis
    • Les 3 De tijd
    • Les 4 Het lichaam
    • Les 5 In de winkel
    • Les 6 Eten en drinken
    • Les 7 De kleding
    • Les 8 De familie
    • Les 9 Het vervoer
    • Les 10 De vrije tijd

Les 6 Eten en drinken

  • Wij koken het eten
  • Scrabble eten
  • Smaken en de menu-kaart
  • Groente en fruit
  • Eten – grammatica, lidwoord en voltooide tijd
  • Eten – de boerderij en puzzels
Alle pagina’s van deze les
  • Wij koken het eten
    • Eten en drinken – woorden in de les ♪
    • Samen koken ♪
    • Samen koken – vragen
    • Samen koken – dictee ♪
    • De vis ♪
    • De salade ♪
    • De tafel dekken ♪
    • Lekker eten ♪
    • Lekker eten – dictee ♪
  • Scrabble eten
    • Scrabble eten 1
    • Scrabble eten 2
    • Scrabble eten 3
    • Scrabble eten 4
    • Scrabble eten 5
  • Smaken en de menu-kaart
    • Smaken ♪
    • Smaken – Dictee ♪
    • De menukaart – dranken ♪
    • De menukaart – eten ♪
    • De menukaart – dictee ♪
  • Groente en fruit
    • Groenten
    • Fruit
    • Groenten en fruit – dictee ♪
    • Schuifpuzzel Pan
    • Schuifpuzzel Vis
  • Eten – grammatica, lidwoord en voltooide tijd
    • Lidwoorden
    • Bruin of bruine
    • Lidwoorden – dictee ♪
    • De voltooide tijd
    • De voltooide tijd – dictee ♪
  • Eten – de boerderij en puzzels
    • De boerderij ♪
    • De boerderij – dictee ♪
    • Eten en drinken – Filippine
    • Zoek de verschillen

Meer lessen

  • Les 1 Kennis maken
  • Les 2 Het huis
  • Les 3 De tijd
  • Les 4 Het lichaam
  • Les 5 In de winkel
  • Les 6 Eten en drinken
  • Les 7 De kleding
  • Les 8 De familie
  • Les 9 Het vervoer
  • Les 10 De vrije tijd
10 november 2025

Woordenlijst – legenda

Each word is explained on a separate line / elk woord wordt op een aparte regel uitgelegd.

E.g. “aanrecht (het) [noun]: kitchen counter”

The Dutch word is “aanrecht”. The English translation is “kitchen counter”

Between [ ] brackets is the word type / tussen [ ] staat het woordtype:

  1. adj = adjective / bijvoeglijk naamwoord
  2. adv = adverb / bijwoord
  3. art = article / lidwoord
  4. name / naam
  5. ppro = personal pronoun / persoonlijk voornaamwoord
  6. num = numeral / telwoord
  7. exp = expression / uitdrukking
  8. con = conjunction / voegwoord
  9. pro = pronoun / voornaamwoord
  10. pre = preposition / voorzetsel
  11. verb / werkwoord
  12. noun / zelfstandig naamwoord

Most nouns have a definite article / de meeste zelfstandige naamwoorden hebben een bepaald lidwoord.

In Dutch it can be “de” or “het” / in het Nederlands kan dat “de” of “het” zijn.

aanrecht (het) [noun]: kitchen counter

The word is aanrecht. It is a noun. The article is het (het aanrecht). In English it is the kitchen counter.

×