Het huis – einddictee ♪
- Luister
- Praat
- Schrijf
- Lees

Wat zegt de docent?
Het bed staat in de slaapkamer.
Wat zegt de docent?
Het dak en de deur van mijn huis zijn rood.
Wat zegt de docent?
Hij zuigt de vloer schoon met een stofzuiger.
Wat zegt de docent?
Jesse zit op de stoel in de huiskamer.
Wat zegt de docent?
Mia en Simon kijken naar de televisie.
Wat zegt de docent?
Welke doek is droog, en welke doek is nat?
