Maak een goede zin – dictee ♪
- Luister
- Praat
- Schrijf
- Lees

Wat zegt de docent?
Hij is een man.
Wat zegt de docent?
Zij is een vrouw.
Wat zegt de docent?
U bent een meisje.
Wat zegt de docent?
Ik ben een vrouw.
Wat zegt de docent?
Hij is een jongen.
Wat zegt de docent?
Zij is een kind.
