Samen koken – dictee ♪
- Luister: luister eerst goed wat de docent zegt. Begrijp je wat de docent zegt?
- Praat: herhaal wat de docent zegt. Luister nog een keer.
- Schrijf: schrijf op wat de docent zegt.
- Lees: kijk of je het goed hebt geschreven.

Wat zegt de docent?
Mustafa en Sara zijn in de keuken.
Wat zegt de docent?
Zij koken samen het eten.
Wat zegt de docent?
Zij eten aardappels met vis en salade.
Wat zegt de docent?
Zij maakt de salade en hij dekt de tafel.
Wat zegt de docent?
Zij doet water en zout in de pan.
