Nederlandse les

Nederlandse les

  • Wij leren Nederlands
    • Les 1 Kennis maken
    • Les 2 Het huis
    • Les 3 De tijd
    • Les 4 Het lichaam
    • Les 5 In de winkel
    • Les 6 Eten en drinken
    • Les 7 De kleding
    • Les 8 De familie
    • Les 9 Het vervoer
    • Les 10 De vrije tijd

Les 4 – het lichaam

  • Ik verzorg mijn lichaam
  • Het meervoud
  • Van mij
  • Ik ben ziek
  • Puzzel, dictee en huiswerk
Alle pagina’s van deze les

  • Ik verzorg mijn lichaam
    • Onder de douche ♪
    • Onder de douche – vragen
    • Verzorging ♪
    • Verzorging – vragen
    • Onder de douche – dictee ♪
    • Mijn lichaam ♪
    • Woord-scrabble 1
    • Woord-scrabble 2
    • Woord-scrabble 3
    • Woord-scrabble 4
    • Woord-scrabble 5
    • Herhaling
    • Mijn lichaam – dictee ♪
  • Het meervoud
    • Meervoud +en
    • Meervoud +en vragen
    • Meervoud +en herhaling
    • Meervoud +en dictee ♪
    • Meervoud +s
    • Meervoud +s dictee ♪
    • Meervoud oefenen 1
    • Meervoud oefenen 2
    • Meervoud oefenen 3
    • Meervoud schrijven
    • Meervoud lijst
  • Van mij
    • Van mij
    • Van jou
    • Van u
    • Mijn
    • Jouw
    • Uw
    • Van mij – dictee ♪
    • Mijn, jouw, uw – oefenen
    • Van hem en van haar
    • Zijn en haar
    • Wij, jullie en zij
    • Ons, jullie en hun
    • Wij verzorgen ons lichaam 1
    • Wij verzorgen ons lichaam 2
    • Van mij – oefening ♪
    • Scrabble 1
    • Scrabble 2
  • Ik ben ziek
    • De dokter
    • De dokter – dictee ♪
    • Wat heeft zij? Deel 1
    • Wat heeft zij? Deel 2
    • Hebben of zijn – 1
    • Hebben of zijn – 2
    • Hebben of zijn – 3
  • Puzzel, dictee en huiswerk
    • Puzzel – Filippine
    • Het lichaam – dictee ♪
    • Huiswerk – lezen ♪
    • Lezen – vragen 1
    • Lezen – vragen 2

Meer lessen

  • Les 1 Kennis maken
  • Les 2 Het huis
  • Les 3 De tijd
  • Les 4 Het lichaam
  • Les 5 In de winkel
  • Les 6 Eten en drinken
  • Les 7 De kleding
  • Les 8 De familie
  • Les 9 Het vervoer
  • Les 10 De vrije tijd
30 oktober 2025

Woordenlijst – legenda

Each word is explained on a separate line / elk woord wordt op een aparte regel uitgelegd.

E.g. “aanrecht (het) [noun]: kitchen counter”

The Dutch word is “aanrecht”. The English translation is “kitchen counter”

Between [ ] brackets is the word type / tussen [ ] staat het woordtype:

  1. adj = adjective / bijvoeglijk naamwoord
  2. adv = adverb / bijwoord
  3. art = article / lidwoord
  4. name / naam
  5. ppro = personal pronoun / persoonlijk voornaamwoord
  6. num = numeral / telwoord
  7. exp = expression / uitdrukking
  8. con = conjunction / voegwoord
  9. pro = pronoun / voornaamwoord
  10. pre = preposition / voorzetsel
  11. verb / werkwoord
  12. noun / zelfstandig naamwoord

Most nouns have a definite article / de meeste zelfstandige naamwoorden hebben een bepaald lidwoord.

In Dutch it can be “de” or “het” / in het Nederlands kan dat “de” of “het” zijn.

aanrecht (het) [noun]: kitchen counter

The word is aanrecht. It is a noun. The article is het (het aanrecht). In English it is the kitchen counter.

×