Mijn lichaam – dictee ♪
- Luister
- Praat
- Schrijf
- Lees

Wat zegt de docent?
Op mijn hoofd heb ik haren.
Wat zegt de docent?
Aan mijn handen heb ik vingers.
Wat zegt de docent?
Aan mijn vingers zitten nagels.
Wat zegt de docent?
Mijn tenen zitten aan mijn voeten.
Wat zegt de docent?
En dit is mijn kleine teentje.
